‘gewoon’ een zware sport….

Tour van '51, als 66e laatste, rode lantaarn drager

Tour van ’51, als 66e laatste, rode lantaarn drager


Nu al het nieuws rond het wielrennen alleen nog maar lijkt te gaan over doping, missen we de hele essentie van deze mooie sport. Heroïek, doorzetters, waaghalzen, durfals, Kamikaze-dalers, langvluchters, wieltjeszuigers. De renners, die maken het wielrennen tot zo’n  ‘schoone’ (vlaams voor mooi) sport. Uit het verleden herinner ik mij het verhaal van Abdel-kader Zaaf, een Algerijnse renner die heel hard kon rijden, zo hard dat hij in de Tour van 1950 met medevluchter en landgenoot Molines een voorsprong pakte van meer dan 15 min. Het was toen nog zo dat de renners bij een door de organisatie aangewezen café zich moesten bevoorraden. Daar, in de alles verschoeiende hitte van de dag en met nog 30 km te gaan, nam Abdel een slok brandewijn. Dit werd hem iets teveel waarna hij er even bij ging zitten in de koele schaduw van een plataan en het bewustzijn verloor. Het gerucht gaat dat hij na een kort moment zich weer bewust werd van zijn taak, de etappe winnen, waarop hij nog een paar flinke slokken nam en in alle haast zijn weg vervolgde. Helaas bleek hij hierbij, zo bedwelmd als hij was, de verkeerde kant op te gaan, richting het razende peloton. Dit peloton is hij echter nooit tegengekomen, hij viel nog een keer van zijn fiets en werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Volgens de verhalen is hij de ochtend daarop uit het ziekenhuis gevlucht en heeft zich stiekem weer aangesloten in het peloton terwijl hij eigenlijk uit koers was gezet. De directie had dit snel door en verbood hem alsnog te starten. Arme jongen, hij wilde zo graag. Molines heeft die dag de etappe gewonnen, een schrale troost. In 1951 heeft hij Parijs gehaald in de rode trui, van de rode lantaarn. Adel heeft 4 x de tour gereden.